Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Westkanaalweg 55 en 56 b Ter Aar
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0569.wpTARWKW55en56b-ON01

Toelichting

1 Inleiding
De woningen aan de Westkanaalweg 55 en 56b werden voorheen gebruikt als bedrijfswoningen voor de achterliggende glastuinbouwbedrijven. Het is de wens om deze woningen als burgerwoning te gaan gebruiken. Dit kan bewerkstelligd worden door gebruik te maken van een wijzigingsbevoegdheid binnen het geldende bestemmingsplan 'Glastuinbouw'.
 
1.1 Doel
Met het voorliggende wijzigingsplan streeft de gemeente de volgende doelen na:
  1. het komen tot uniformiteit in regels en wijze van bestemmen;
  2. het verkrijgen van een actuele ruimtelijk-juridische status van de woningen aan de Westkanaalweg 55 en 56b;
  3. het komen tot een digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar wijzigingsplan.
1.2 Ligging en begrenzing
Het voorliggende wijzigingsplan is opgesteld voor de percelen gelegen aan de Westkanaalweg 55 en 56b in de kern Ter Aar.
 
Ligging plangebied (bron: Google)
1.3 Vigerend plan
Ter plaatse geldt momenteel het bestemmingsplan “Glastuinbouw” dat 28 maart 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld.
 
Uitsnede bestemmingsplan Glastuinbouw (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De percelen, ter plaatse van de woningen Westkanaalweg 55 en 56b, hebben ingevolge het bestemmingsplan “Glastuinbouw” de bestemming 'Agrarisch - Bedrijfswoning'. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bedrijfswoningen toegestaan. Op de gronden zijn tevens geheel of gedeeltelijk de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduiding van toepassing:
  •  Waarde – Archeologie - 3;
  •  Waterstaat - Waterkering;
  •  Zone - concentratiegebied: binnen dit gebied is het beleid gericht op de concentratie van glastuinbouw;
Artikel 4.5.1 van het bestemmingsplan “Glastuinbouw” voorziet in een wijzigingsbevoegdheid om deze bestemming na beëindiging van de functie als bedrijfswoning te wijzigen in de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en/of 'Water', mits (voor zover in dit verband van belang):
  •  de desbetreffende woning niet meer als bedrijfswoning functioneert;
  •  de bereikbaarheid van het achterliggende agrarische bedrijf is gewaarborgd;
  •  de omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd;
Door toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid kunnen de woningen gebruikt worden door bewoners die geen enkele binding hebben met het achterliggende bedrijf.
 
2 Bestaande situatie
De percelen aan de Westkanaalweg 55 en 56b liggen aan de noord(west)zijde van het Aarkanaal, tussen bedrijventerrein Bovenland en Papenveer.
 
 
Omgeving plangebied (bron: Google-maps)
De directe omgeving (zowel de Westkanaalweg als de Oostkanaalweg) wordt gekenmerkt door glastuinbedrijven welke, haaks op de wegen, relatief smalle en diepe kavels hebben. In toenemende mate worden de bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. Aan de zijde van de Westkanaalweg zijn al een groot aantal woningen afgesplitst van het achterliggende bedrijf; aan de Oostkanaalweg ligt het aantal afgesplitste bedrijfswoningen iets lager.
 
De woning aan de Westkanaalweg 55 heeft tot circa 10 jaar geleden als bedrijfswoning van het achterliggende kwekerijbedrijf gefunctioneerd. Vanwege onder andere zijn toenemende leeftijd heeft de eigenaar de achterliggende kassen verkocht aan een naburig kassenbedrijf die een eigen ontsluiting heeft op de Paradijsweg. De woning op nummer 55 is sindsdien in gebruik als burgerwoning met daarachter nog een kleine hobbykas voor eigen gebruik die een buffer vormt ten opzichte van het achterliggende kassenbedrijf. De woning Westkanaalweg 55 heeft een eigen ontsluiting op de Westkanaalweg.
  
De woning aan de Westkanaalweg 56b heeft tot 1983 als bedrijfswoning van het achterliggende kassenbedrijf gefunctioneerd. Het bedrijf had twee bedrijfswoningen. Nadat in 1983 vader het bedrijf had verkocht aan zijn zoon, is de woning op nummer 56b in gebruik genomen als burgerwoning. De zoon heeft het bedrijf voortgezet en heeft de andere helft van het dubbel woonhuis (Westkanaalweg 56c) als bedrijfswoning in gebruik. De woning Westkanaalweg 56b wordt van het achterliggende kassenbedrijf gescheiden door een opslagschuur. De woning Westkanaalweg 56b heeft een eigen ontsluiting op de Westkanaalweg.
3 Planbeschrijving
De eigenaar van de woning aan de Westkanaalweg 55 is voornemens de woning te zijner tijd te verkopen vanwege zijn toenemende leeftijd en in dat kader is het van belang dat de woning bewoond mag worden door personen die geen relatie hebben met het achterliggende bedrijf.
 
De eigenaren van de woning aan de Westkanaalweg 56b zijn overleden en de erfgenamen willen de woning verkopen en in dat kader is het van belang dat de woning bewoond mag worden door personen die geen relatie hebben met het achterliggende bedrijf.
 
Met dit wijzigingsplan wordt voor beide percelen de omzetting van bedrijfswoning naar een “burgerwoning” planologisch geregeld.
 
Aan de eerste voorwaarde voor planwijziging (te weten dat de desbetreffende woningen niet meer als bedrijfswoning functioneren) wordt voldaan (zie toelichting hoofdstuk 2).
De tweede voorwaarde die gesteld is in de wijzigingsbevoegdheid, is dat de bereikbaarheid van het achterliggende agrarische bedrijf gewaarborgd blijft. Aangezien de woningen aan de Westkanaalweg 55 en 56b ieder over een eigen toegang (oprit) beschikken, wordt de bereikbaarheid van de achterliggende bedrijven op geen enkele wijze nadelig beïnvloed. Deze bedrijven hebben hun eigen ontsluiting op de Paradijsweg.
Met de omzetting van de woning wordt ook voldaan aan de derde voorwaarde dat de omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden. Voor meer informatie hierover, wordt verwezen naar toelichting paragraaf 6.1.
 
Westkanaalweg 55 (bron:  Google-maps)
  
Westkanaalweg 56b (bron: Google-maps)
   
4 Beleid
Het omzetten van een bedrijfswoning in een burgerwoning heeft een kleinschalig en lokaal karakter. Het valt dan ook buiten de reikwijdte van het rijksbeleid, vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Om die reden wordt er niet ingegaan op deze beleidstukken.
 
De provincie Zuid-Holland heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in (onder meer) de Visie Ruimte en Mobiliteit en de het Programma Ruimte. In deze beleidskaders geeft de provincie aan welke doelstellingen zij van provinciaal belang achten, welk beleid bij deze doelstellingen hoort en hoe zij uitvoering geven aan dit beleid. De functiewijziging die met dit wijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt, valt niet binnen de reikwijdte van het provinciaal beleid. Om die reden wordt in dit wijzigingsplan dan ook niet verder op het provinciaal beleid ingegaan.
 
Het meeste relevante gemeentelijke beleid wordt verwoord in de Structuurvisie Nieuwkoop 2040. De structuurvisie heeft een globaal karakter waarmee er niets specifieks gezegd wordt over het omzetten van deze bedrijfswoningen naar “burgerwoningen”. Het door de raad vastgestelde bestemmingsplan “Glastuinbouw” voorziet onder voorwaarden in de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar een “burgerwoning”. Aan deze voorwaarden wordt voldaan.
5 Water
5.1 Kader
Wettelijk kader
Het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het InterProvinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat in juni 2008 is geactualiseerd. Dit betreft met name de watertoets bij het opstellen van ruimtelijke plannen betreffende de waterkwantiteit, waterkwaliteit en veiligheid. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen.
 
Beleid
Daarvoor kan worden verwezen naar:
  • de Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren;
  • de Vierde Nota Waterhuishouding en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) bedoeld om de hoofdwatersysteem in Nederland te verbeteren en op orde te houden tegen de achtergrond van de zeespiegelstijging, bodemdaling en een veranderend klimaat;
  • het provinciaal Waterplan Zuid-Holland waarin de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale Waterplan zijn vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid-Holland.
5.2 Het plangebied
De woningen aan de Westkanaalweg 55 en 56b staan gedeeltelijk binnen de beschermingszone van de waterkering langs het Aarkanaal. Met het omzetten van bedrijfswoning naar burgerwoning vinden er geen bouwwerkzaamheden plaats. Aan de bestaande woning worden geen bouwtechnische veranderingen aangebracht welke leiden tot grondwerkzaamheden. Het betreft uitsluitend een (beperkte) functieverandering.
Het omzetten van agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning heeft geen enkel effect op de werking van de
waterkering. Er hoeft ook geen water gecompenseerd te worden, doordat er geen uitbreiding van
verharding plaatsvindt. Er zijn daarmee geen waterbelangen die geschaad worden met de gewenste omzetting.
 
Er kan ook nog op worden gewezen dat bovenbedoelde beschermingszone ingevolge het bestemmingsplan “Glastuinbouw” de dubbelbestemming “Waterstaat-Waterkering” heeft. Bouwen en de uitvoering van bepaalde werken/werkzaamheden is daar uitsluitend toegestaan als dat verenigbaar is met de belangen van de waterstaat en/of waterkering en de beheerder van de waterkering daarover om advies is gevraagd. Deze regeling wordt voor de onderhavige percelen in het wijzigingsplan overgenomen.
6 Milieu
6.1 Bedrijven en milieuzonering
Bedrijven zijn milieubelastende functies die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient bij een bestemmingsplan(wijziging) waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Daartoe zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer fijne afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer.
 
Deze richtafstanden zijn naast de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere (grotere) afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Het bestemmingsplangebied kan worden gekarakteriseerd als een “gemengd gebied”.
 
De desbetreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden
betreffen richtafstanden en zijn in beginsel niet bedoeld voor bestaande situaties. Tot glastuinbouwbedrijven (categorie 2) geldt een richtafstand van 30 meter; deze richtafstand is voor een “gemengd gebied” als het onderhavige 10 meter.
 
Consequentie plangebied
De om te zetten woningen Westkanaalweg 55 en 56b liggen langs de Westkanaalweg. Langs deze weg zijn meerdere (glastuinbouw)bedrijven gevestigd. De woning Westkanaalweg 55 is een vrijstaand woonhuis en de woning Westkanaalweg 56b maakt onderdeel uit van een dubbel woonhuis. Beide woningen waren oorspronkelijk bedrijfswoningen bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf. Eén deel van de dubbele woning blijft een bedrijfswoning, behorende bij het oorspronkelijke bedrijf. De andere woning zal worden verkocht na de omzetting naar een burgerwoning. Door de omzetting worden de woningen Westkanaalweg 55 en Westkanaalweg 56b, ten opzichte van het achtergelegen bedrijf, een woning van derden. Daarom is tevens beoordeeld of met de bestemmingswijziging van bedrijfswoning naar “burgerwoning” sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
 
De woning Westkanaalweg 55 ligt op circa 10 meter van de inrit van het aan de rechterzijde aangrenzende perceel Westkanaalweg 54a. Op het perceel is in het vigerende bestemmingsplan een agrarische bedrijfsbestemming gevestigd. De huidige eigenaar heeft echter alle bedrijfsmatige activiteiten beëindigd en een groot gedeelte van de achter de woning gelegen grond en glasopstanden verkocht aan het achtergelegen agrarische bedrijf. Het woonhuis Westkanaalweg 54a en de direct achter de woning gelegen schuur zijn in privégebruik en er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaats.
 
Aan de linkerzijde van de woning Westkanaalweg 55 ligt het perceel met de woning Westkanaalweg 56. Op het perceel is in het vigerend bestemmingsplan de bestemming “Wonen” gelegd. De agrarische werkzaamheden zijn op deze locatie reeds vele jaren beëindigd en de woning is sindsdien als “privéwoning” in gebruik.
 
De woning Westkanaalweg 56b ligt op circa 8 meter afstand van een toegangsweg van het achtergelegen agrarische bedrijfsperceel. Tussen deze woning en de toegangsweg ligt de 2e woning (Westkanaalweg 56c) van het dubbel woonhuis waar de Westkanaalweg 56b onderdeel van is. Achter de woning ligt op circa 7 meter van de uitgebouwde keuken en op circa 10 meter van het hoofdgebouw een grote schuur. Deze schuur is als opslagschuur in privégebruik bij de eigenaar van de andere helft van het dubbele woonhuis. De toegang van de schuur ligt aan de zijde die van de woning is afgekeerd. De agrarische glasopstanden achter de schuur zijn ontsloten op de Paradijsweg. De toegang langs het dubbele woonhuis waar de Westkanaalweg 56b onderdeel van uitmaakt, wordt slechts zeer incidenteel gebruikt.
 
De panden verder aan weerszijden van de woning Westkanaalweg 56b hebben ingevolge het bestemmingsplan “Glastuinbouw” de bestemming “Wonen”.
 
De volgende bedrijven en/of activiteiten zijn aanwezig in de buurt van het plangebied:
 
Het voorgaande overziende kan worden geconcludeerd dat de afstand tussen de woningen Westkanaalweg 55 en Westkanaalweg 56b en de meest nabijgelegen milieuhinder veroorzakende activiteiten meer dan 10 meter bedraagt en dat dus voldaan wordt aan de richtafstand uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De omliggende bedrijven worden niet belemmerd door het plan en ter plaatse van de woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
6.2 Geluid
6.2.1 Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat er akoestisch onderzoek verricht dient te worden, indien een bestemmingsplan het volgende mogelijk maakt:
  1. nieuwe infrastructuur;
  2. nieuwe geluidsgevoelige functies.
Met dit wijzigingsplan wordt geen nieuwe geluidsgevoelige functie of nieuwe infrastructuur mogelijk gemaakt. Er behoeft dan ook geen akoestisch onderzoek betreffende wegverkeerlawaai te worden uitgevoerd.
6.2.2 Industrielawaai
Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen, zones van gezoneerde industrieterreinen of bedrijventerreinen met geluidafspraken (geluidbeheersplan) gelegen. Er wordt ook geen nieuw te zoneren bedrijventerrein bestemd. Er behoeft dan ook geen akoestisch onderzoek betreffende industrielawaai te worden uitgevoerd.
6.2.3 Railverkeer
Het plangebied ligt ver buiten een zone van een spoorweg (de dichtstbijzijnde spoorlijn ligt in Alphen aan den Rijn). Spoorwegverkeerslawaai is daarom niet relevant voor het plangebied. Er behoeft dan ook geen akoestisch onderzoek betreffende railverkeerlawaai te worden uitgevoerd.
6.3 Luchtkwaliteit
De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor diverse stoffen. Verder is er met deze wet een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (afgekort NSL) opgesteld. Het NSL is een bundeling van alle gebiedsgerichte programma's en alle Rijksmaatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur en Ministeriële Regelingen waaronder de AMvB en Ministeriele Regeling niet in betekenende mate (afgekort NIBM). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
 
Doordat het feitelijk gebruik van de woning niet wijzigt (er werd eerst gewoond en straks wordt er weer
gewoond), zijn er uit een oogpunt van luchtkwaliteit geen bezwaren.
6.4 Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
 
Doordat het feitelijk gebruik van de woning niet wijzigt (er werd eerst gewoond en straks wordt er weer
gewoond), zijn er uit een oogpunt van externe veiligheid geen bezwaren. Er wordt geen nieuw (beperkt) kwetsbaar object mogelijk gemaakt. Het groepsrisico neemt niet toe met de geplande omzetting. In de directe nabijheid van het plangebied vindt ook geen (structureel) transport van gevaarlijke stoffen plaats. Er is ook geen gasleiding aanwezig.
 
De omzettingen van bedrijfswoning naar woning worden niet beperkt door externe veiligheidsaspecten.
6.5 Bodem
De bodemkwaliteit is in het kader van een bestemmingsplan van belang indien er sprake is van
functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Er worden geen extra bouwwerkzaamheden mogelijk gemaakt en het feitelijk gebruik van de woningen wijzigt niet; er werd eerst gewoond en straks wordt er weer gewoond.
 
Er kan nog wel worden gesteld dat de bestemming van de locaties waar de woningen zich bevinden zal overgaan van “Agrarisch-Bedrijfswoning” naar “Wonen” (burgerwoningen) wat geldt als een gevoeligere bestemming. De locaties behoorden ooit bij glastuinbouwbedrijven; deze bedrijfsactiviteit geldt als potentieel bodembedreigend. Het is nu de bedoeling de woningen blijvend los te koppelen van de achtergelegen (te continueren) bedrijvigheid en deze woningen met bijbehorende tuinen een nieuwe start te laten maken in het woningmarktverkeer. Dit overgangsmoment dient te zijner tijd gemarkeerd te worden met een bodemkwaliteitsopname conform de NEN 5740-2009 door verkoper danwel koper.
7 Omgevingsaspecten
7.1 Flora en fauna
De Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) zijn beide Europese richtlijnen. Het doel van de
Vogelrichtlijn is het bieden van bescherming en ontwikkelingsperspectief voor leefgebieden van zeldzame en bedreigde vogelsoorten en bescherming van alle vogelsoorten. De Habitatrichtlijn is gericht op de instandhouding van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna. De gebiedsbescherming van beide
richtlijnen valt in Nederland momenteel onder de Natuurbeschermingswet. De soortenbescherming is
geïmplementeerd in de Flora- en Faunawet.
 
Doordat er geen extra bouwwerkzaamheden mogelijk worden gemaakt en doordat het feitelijk gebruik
van de woning niet wijzigt (er werd eerst gewoond en straks wordt er weer gewoond), is er geen
noodzaak voor het verrichten van een quickscan betreffende flora en fauna.
7.2 Archeologie
Ter plaatse van het plangebied geldt een geringe archeologische waarde. De onderhavige gronden hebben in het bestemmingsplan “Glastuinbouw” de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie -3”. Ingevolge de 1e herziening van het bestemmingsplan “Glastuinbouw” zal archeologisch onderzoek pas vereist zijn als sprake is van een bodemingreep dieper dan 50 cm en over een oppervlakte van 10.000 m². Daarvan is geen sprake.
8 Juridische toelichting
8.1 Algemeen
Het juridisch bindende gedeelte van het wijzigingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels
(zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen
tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast.
 
Verbeelding
Op de verbeelding krijgen de gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen dubbelbestemmingen en nadere aanduidingen worden gegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan.
 
Regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden,
bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op
te richten bouwwerken.
 
Toelichting
De toelichting heeft géén bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van
het wijzigingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan
en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik.
8.2 De bestemmingen
Met dit wijzigingsplan wordt de bestemming 'Agrarisch - Bedrijfswoning' voor de percelen Westkanaalweg 55 en 56b gewijzigd in 'Wonen' (met daarbinnen bouwvlakken conform de bestaande bebouwing). Daarmee wordt het gebruik als “burgerwoning” mogelijk gemaakt en wordt tevens duidelijk gemaakt dat deze percelen geen functie meer hebben ten behoeve van de achterliggende glastuinbouwbedrijven. Voor wat betreft de bouwmogelijkheden wordt er aangesloten bij die van de bestemming 'Wonen', zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Glastuinbouw' met dien verstande dat met deze wijziging ter plekke ook bouwvlakken zijn aangeduid. Tevens krijgen de gronden overeenkomstig de planregeling in het bestemmingsplan “Glastuinbouw” de dubbelbestemmingen “Waarde - Archeologie - 3” en “Water- Waterstaat” en de gebiedsaanduiding “concentratiegebied”.
 
9 Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te
worden.
 
Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan
een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. Met dit wijzigingsplan wordt geen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Er is daarom geen verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan.
 
Er wordt een planschadeovereenkomst door de gemeente ter ondertekening aan verzoeker gestuurd.
Met de overeenkomst wordt het risico van planschade bij verzoekers neergelegd. Dit omwille van de
financiële haalbaarheid uit gemeentelijk oogpunt.
10 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overeenkomstig artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerp-wijzigingsplan gedurende zes weken ter inzage te leggen. Gedurende deze periode kan een ieder een zienswijze indienen. Zienswijzen kunnen leiden tot een aanpassing van het vast te stellen wijzigingsplan. Het college van burgemeester en wethouders stelt het wijzigingsplan vast.